Margreet van Putten:
Om te beginnen een antwoord op de vraag: ‘Hoe kom jij nu in Kosovo en vooral in Djakova terecht?':
Ongeveer 10 jaar geleden leerde ik Vjolca Kola en haar gezin (man en twee zoons: Shpat en Alban) kennen. Zoals zoveel werkende vrouwen had ik een poetshulp nodig en via een vriend kwam Vjolca bij mij poetsen. Haar Nederlands was (en is) verrassend goed, waardoor de communicatie heel erg gemakkelijk verloopt. Zij was samen met haar man gevlucht voor de aankomende oorlog met Servië en aangezien haar broer al 30 jaar in Eindhoven woonde, was dat een logische plek om naartoe te gaan. Inmiddels hadden zowel haar man, zijzelf als de kinderen een Nederlands paspoort, hadden de taal geleerd en konden aan de slag. Vjolca bleek verpleegkundige te zijn, maar kwam niet aan de bak, ondanks het tekort aan verpleegkundigen in Nederland. Na enige hulp, is dit goed gekomen en heeft zij 5 jaar erg naar haar zin gewerkt op diverse afdelingen in het Catharinaziekenhuis in Eindhoven.
Inmiddels was de oorlog in Kosovo in volle hevigheid aan de gang en Djakova, de thuisplaats van Vjolca werd zeer zwaar getroffen. Ook nu was enige (menselijke) hulp noodzakelijk en uiteindelijk lukte het ons om alle naaste familieleden naar Eindhoven te halen.
Na beëindiging van de oorlog zijn de meeste familieleden weer teruggekeerd naar Djakova en werd dit voor mij een jaarlijkse vakantieplek. De omstandigheden waren en zijn vaak erbarmelijk en financieel is men volledig afhankelijk van familie in het buitenland. Djakova was een redelijk welvarende stad met een grote textielfabriek waar 6000 mensen werk hadden. In de oorlog is deze fabriek verwoest en tot op heden niet meer opgebouwd. Dit betekent een werkeloosheidpercentage zo rond de 80% en dus armoede.
|